Op het ‘Symposium Interlandelijke Adoptie’ (26 en 27/04/2019) bracht Thereza een getuigenis over haar adoptie, haar rootsreizen en haar visie op adoptie. Hieronder vind je de tekst die zij voorbereid had. 

Terug naar huis?

Eerst en vooral wil ik Miranda bedanken om mij de kans te geven om hier te spreken en om in mijn leven te komen.

Ik ben Thereza. Ik kan met zekerheid zeggen dat ik Thereza ben en altijd Thereza ben geweest, want ik heb die naam van mijn Ethiopische opa gekregen.

Om te beginnen, zal ik jullie mijn levensverhaal vertellen. Vervolgens zal ik het hebben over het gevoel van niet meer verscheurd te zijn en tenslotte zal ik vertellen over hoe ik internationale adoptie zie.

Mijn verhaal 

Ik ben geboren in Buge, een afgelegen dorp in het Zuiden van Ethiopië. Ook al ben ik geen wees, niemand weet precies wanneer ik geboren ben, dus plakten ‘ze’ er een mooie datum op: 20/02/2002. Mijn mama was een alleenstaande tienermoeder, die samen met haar jongere broer voor mij zorgde. Mijn mama ging veel werken en kwam vaak met 1 sandwich naar huis. Ze wilde altijd dat ik alleen die at, maar ik deelde altijd met haar en mijn oom Tesfaye.

Op een dag kwam er een man in een pak naar ons huis (ik herinner mij dit detail omdat niemand in ons dorp een pak droeg), en na zijn bezoek vertelde mijn mama Tagesech dat ik in zo’n ‘awroplan’ naar een betere plaats zou gaan en dat zij en Tesfaye later zouden komen. Ik moest allerlei onderzoeken ondergaan en dan werd die foto genomen. Ik was aan het wenen, ik was bang voor die licht gekleurde mensen. Tagesech ging nadien met mij iets drinken en ik mocht dit aan niemand vertellen, ik snapte dit niet.

Op een ochtend moest ik kiezen tussen meegaan met Tesfaye of bij Tagesech blijven. Ik ging met Tesfaye mee, hij was aan het wenen. In Shinshicho werd ik door hem op de bus gezet bij nog andere kinderen. Na uren rijden kwamen we aan in een weeshuis en toen werd de tweede foto genomen.

Na 2 jaar, op het moment dat mijn Belgische ouders Paul en Peggy het bericht kregen dat ik aan hen toegewezen werd, verhuisde ik naar het doorgangshuis van Mimi en Bruk. Daar moest ik dan nog 7 maanden wachten tot mijn ouders en broer me kwamen ophalen.
Toen we nog in Ethiopië waren, gingen mijn ouders al op zoek naar aanwijzingen om mijn mama te vinden (want in mijn dossier stond dat ze verdwenen was en dat Tesfaye mij had afgestaan omwille van armoede).

Ik kwam in België aan en dat was heel anders dan ik dacht.

Als ik in België ben, heb ik het gevoel dat ik een groot deel van mezelf mis. Voor we naar Ethiopië terugkeerden, sliep ik minder goed, had ik nachtmerries, als ik verdrietig en boos was, werd ik helemaal stil, kostte het me enorm veel moeite om woorden uit te brengen, dit was moeilijk te verklaren aan mijn omgeving.

3 jaar nadat ik in België was aangekomen, keerden we de eerste keer terug naar Ethiopië. Voordien had mijn mama mijn mama en oom al laten opsporen, dus we wisten waar we naartoe moesten. Toen ik de eerste keer terug naar Ethiopië ging, voelde ik me veel beter en kon ik beter omgaan met mijn verdrietige momenten.
Sindsdien volgden nog 4 andere reizen naar mijn geboorteland. Het is fijn om mijn oom mama tegen mijn Belgische mama te horen zeggen. Dat geeft mij het gevoel dat ik geen 2 aparte families heb, maar dat we 1 familie vormen.

Elke keer als we teruggaan, als we in de lucht boven Addis hangen, moet ik wenen omdat dan het gevoel van thuiskomen overweldigend is.

Ik heb altijd gedacht dat ik de enige was die uit Buge naar het buitenland is geadopteerd, maar we ontdekten dat dit helemaal niet het geval is. Er zijn nog zoveel mensen die op hun kind wachten. Je mag het hun niet kwalijk nemen dat ze op hulp wachten.

Internationale adoptie

Op momenten dat ik het moeilijk had en ik me vragen stelde zoals ‘waar hoor ik thuis, wie ben ik?’, zag ik voor mezelf niemand, niks, ik had geen beeld van de toekomst. Op die momenten voelde het hier eerder als ‘overleven’ en niet als leven, dan was hulp welkom geweest. Je kan niet alle vragen aan je adoptieouders stellen. Ik had behoefte aan een plaats waar het niet voelde als Europa of Afrika, een neutrale plaats waar ik mezelf kon zijn.

De adoptieagentschappen die ons naar hier brachten om ons zogezegd een betere toekomst te geven, zouden er op dat moment moeten zijn om ons te helpen.

Daarom hoop ik dat, als interlandelijke adoptie blijft bestaan, adoptieouders verplicht worden om verschillende keren per jaar hun adoptiekinderen naar een soort van ‘adoptiehuis’ te brengen. Daar kunnen de kinderen dan onderling praten over wat hen bezighoudt, dit onder begeleiding van professionele helpers.

Adoptiekind ben je voor de rest van je leven, die hulp moet er ook zijn voor volwassen geadopteerden.

Niet iedereen heeft hulp nodig op hetzelfde moment in zijn leven, ook na 18 moet er hulp voorzien worden voor geadopteerden.

Voor mij is internationale adoptie een laatste optie, als er geen hulp voor het kind kan gegeven worden in het land zelf of eventueel in de buurlanden.
Hulp moet niet gegeven worden op een ander continent want anders is het kind te ver van ‘huis’.
Internationale adoptie moet gebeuren omdat het land zelf niet voor zijn mensen kan zorgen. Als men dus adopteert vanuit het standpunt ‘een kind een betere toekomst geven’, wil men ook het land vooruithelpen, dit gaat samen.
Nu heb ik het gevoel dat er kinderen gezocht worden voor adoptieouders, en dat men niet zoekt naar een oplossing voor de problemen van een kind, zijn familie en zijn land. Ouders geven hun kind weg in de hoop dat die ooit terugkeert met hulp.
Als men gaat voor internationale adoptie moet men akkoord gaan met bepaalde voorwaarden. Het kind zal nooit van de adoptieouders alleen zijn, ze zullen hem of haar moeten delen want het blijft altijd het kind van iemand anders en dat van jou.

Geadopteerde kinderen moeten altijd de kans hebben om naar hun geboorteland te gaan. Als het kind zijn moedertaal spreekt, moet dit onderhouden worden. In de ontvangende landen moeten er adoptiehuizen zijn, waar kinderen naartoe kunnen gaan, naar kunnen bellen, opgevangen kunnen worden als ze zich niet goed voelen in hun gezin of vragen hebben over hun adoptie. Hier kan een kind dan ook nog in contact komen met zijn land van herkomst. Ik heb altijd het gevoel gehad dat wij, adoptiekinderen, hier zomaar gedropt werden alsof we een product zijn.

De afstandslanden moeten dezelfde rechten hebben als de ontvangende landen.
Als adoptie ongedaan kan worden gemaakt in het afstandsland omdat een kind bij slechte adoptieouders terecht gekomen is door slechte screening, dan moeten beide landen daarover akkoord gaan en moeten de wensen van een volwassen geadopteerde gerespecteerd worden.

Biologische ouders moeten ondersteund worden nadat ze hun kind hebben afgestaan. Biologische ouders moeten bewust ingelicht worden over de gevolgen van de adoptie van hun kind. Ze moeten evenveel kennis hebben van het papierwerk als de adoptieouders, want heel vaak ondertekenen ze papieren terwijl ze analfabeet zijn, het wordt hun ook niet grondig uitgelegd. Er is niet evenveel respect voor de biologische ouders als voor de kandidaat-adoptieouders! Adoptieouders zijn bevoorrecht: zij mogen een kind kiezen, ze worden voorbereid, verenigen zich, leggen druk op politici terwijl de biologische ouders een van hun grootste schatten moeten afgeven. Hun enige rijkdom zijn hun kinderen, en die geven ze af om hen een betere toekomst te geven, en ze worden als een stuk vuil behandeld.

Besluit

Voor mij is Ethiopië thuis omdat ik dan mijn Belgische familie en mijn biologische familie samen heb. Ik kan niet zeggen hoe het zou zijn als mijn biologische familie in België kwam, zou België dan meer als Thuis voelen?
Als mijn twee families samen zijn voelt het voor mij als thuis. In België ontbreken mensen waar ik mijzelf in herken. Daarom voelt Ethiopië voor mij meer als thuis.