Hoorzitting Commissie Welzijn over adoptie

Naar aanleiding van de verhalen in de media organiseerde de Minister van Welzijn, Jo Van Deurzen, op 9 mei 2019 een hoorzitting in de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement. Op de oorspronkelijke agenda stonden de adoptiecommisaris, Ray of Hope en 2 adoptieouders als sprekers. Geen geadopteerden dus! Na wat over-en-weer gemail werden Thereza en Eleny als vertegenwoordigers van de geadopteerden uitgenodigd.

De minister beloofde de oprichting van een ‘Expertencommissie’. We zijn benieuwd wanneer die er komt en wie er gaat in zetelen…

Artikel in Het Laatste Nieuws van 30/04/2019

Leugens zó flagrant dat zij ze meteen doorprikten

OUDERS WILLEN ONDERZOEK NAAR GESJOEMEL BIJ ETHIOPISCHE ADOPTIES

Lieve Van Bastelaere en Jeroen Bossaert 

Er rijzen steeds meer vragen over de Ethiopische adopties naar Vlaanderen. Alleen al op onze redactie liepen de voorbije 48 uur vijftien verhalen binnen van Ethiopische adoptiekinderen in wier dossier flagrant gelogen is. De adoptie-ouders zijn de onduidelijkheid beu en vragen een onderzoek aan de overheid. Minister Vandeurzen (CD&V) is bereid om daaraan mee te werken.

Tussen 1997 en 2017 zijn er 936 Ethiopische adoptiekinderen naar Vlaanderen gekomen. Hoeveel van die adopties correct verlopen zijn, weet niemand. Ook de Vlaamse overheid niet. Afgelopen weekend getuigde de 17-jarige Thereza De Wannemaeker in deze krant over fraude bij haar adoptie uit Ethiopië en sindsdien stromen de verhalen binnen. Adoptie-ouders contacteren onze redactie om de fouten in de dossiers van hun kinderen aan te klagen. Opvallend is dat steeds dezelfde verantwoordelijken opduiken. Bijna alle klachten gaan over dossiers die via adoptiebureau Ray of Hope afgehandeld zijn. Zij werkten bovendien 20 jaar lang met dezelfde Ethiopische contactpersoon: Bruk Beyene Ayano. De man is volgens veel van onze getuigen volstrekt onbetrouwbaar.

Zo bevestigt Ann Steenberghs uit Antwerpen ons dat één van haar twee adoptiezonen verplicht werd om te liegen over zijn leeftijd, zodat hij makkelijker in aanmerking kon komen voor adoptie. “Officieel was hij zogezegd zeven jaar”, vertelt Ann. “Maar in werkelijkheid was hij al acht. ‘Meneer Bruk’ had mijn zoon in het weeshuis op het hart gedrukt aan niemand te vertellen hoe oud hij echt was: ‘Als je dat doet, zal niemand je nog willen!’ Het is gruwelijk om zoiets aan een kind te zeggen, toch?” En Ann heeft nog meer redenen om zich ernstige vragen te stellen bij de adoptie. “De biologische mama van mijn twee zonen ging hen constant bezoeken in het weeshuis. Achteraf kreeg ik het gevoel dat dat de reden was waarom de adoptie zo vlot is gegaan. Geen enkele adoptie is zo snel verlopen als de onze. Ik denk dat ze in Ethiopië bang waren dat de mama nog van idee zou veranderen.” Ann blijft nu met veel vragen achter. Ze kaartte het incident met de leeftijd van haar zoontje aan bij het adoptiebureau. “Maar daar zeiden ze me dat de leeftijd nooit 100% zeker is, omdat er geen geboorteregistratie is in Ethiopië. Dat klopt natuurlijk, alleen wist onze zoon zelf maar al te goed hoe oud hij was.”

Gedreven door geld

Voor Marleen Van Parijs uit West-Vlaanderen, die twee Ethiopische meisjes en een zoontje adopteerde, is het moeilijk te begrijpen waarom adoptiebureau Ray of Hope de samenwerking met ‘Meneer Bruk’ nooit in vraag heeft gesteld. “Al heel vroeg hadden wij onze twijfels bij die man”, vertelt ze. “Volgens mij was hij enkel gedreven door geld. Een stom voorbeeld: toen we naar Ethiopië gingen om onze dochters op te halen, betaalden we zelf een taxi naar het weeshuis. Later kregen we van hem een factuur voor de chauffeur die hij zogezegd gehuurd had. Dat is iets kleins, maar het toont aan wat voor iemand dat is.” Marleen kon ook persoonlijk vaststellen dat Meneer Bruk niet om een leugentje verlegen zat. “Wij hebben in 2009 twee meisjes en een jongetje geadopteerd. Nog voor ons vertrek naar Vlaanderen vertelde de oudste dat ze nog een oudere zus hadden in Ethiopië. Dat kwam hard aan, omdat we op voorhand duidelijk hadden aangegeven dat we geen familie uit elkaar wilden halen. Dat was dus toch gebeurd.” Marleen meldde dat onmiddellijk aan het adoptiebureau. “Ze zeiden ons dat ze het gingen uitzoeken met hun lokale contactpersoon. Bruk ontkende echter staalhard dat er nog een oudere zus zou zijn.” Jaren later kon Marleen de twee geadopteerde meisjes herenigen met hun oudere zus. “Eigenlijk zijn dat meisje haar mensenrechten geschonden, want ze is door de adoptie weggerukt van haar zussen en broer. Ze leeft nu zonder hen in Ethiopië.”

Wrang gevoel

Vaak bleek de fraude in de adoptiedossiers zeer eenvoudig en snel te ontdekken. Dat bewijst het verhaal van Lies Hiers en Olivier De Neve, een West-Vlaams koppel dat in 2010 een broertje en zusje uit Ethiopië adopteerde. In het officiële dossier stond dat de vader beide kinderen had afgestaan omdat de moeder was overleden aan malaria. Enkele weken later ontvingen Lies en Olivier echter een foto uit Ethiopië waar… de moeder springlevend op stond. “En die foto kregen we van het adoptiebureau zélf”, vertelt Lies. “We dachten eerst nog dat de vrouw op de foto een oudere zus was, maar onze dochter Sarah bevestigde dat het de moeder was van ons zoontje Robel.” Amper bekomen van die schok, kreeg het West-Vlaamse koppel nóg een koude douche. “Sarah vertelde ons dat Robel helemaal haar broer niet was, maar gewoon een jongetje uit hetzelfde dorp.” Prompt contacteren de adoptieouders de mensen bij Ray of Hope. “Zij beloofden ons dat ze in Ethiopië zouden laten uitzoeken hoe het precies in elkaar zat. Na dat ‘onderzoek’ werd het hele verhaal van Sarah weggewuifd. Het dossier was zogezegd correct. Maar mij geeft het na al die tijd nog steeds een heel wrang gevoel. Als Sarah ons niets had verteld, hadden we nooit geweten dat er iets niet klopte.”

Ook M.D., een adoptiemoeder uit het Gentse, viel na de adoptie van haar zoontje uit Ethiopië van de ene verbazing in de andere. “Toen we hem in januari 2010 gingen ophalen, waren we daar met vijf andere koppels en bij vier van hen bleek het kindje uit exact hetzelfde dorp te komen. Dat op zich was al vreemd.” Later zou M. ontdekken dat het dossier van haar zoon niet klopte. “Bij zijn aankomst in Vlaanderen bleef hij beweren dat zijn moeder nog leefde, terwijl ze volgens het dossier overleden was.” In 2013 kwam de waarheid aan het licht toen de familie terugkeerde naar Ethiopië. “Eerst werden we nog naar het graf van zijn moeder geleid, maar onze zoon kon zich niet herinneren dat hij zijn moeder begraven had. Enkele dagen later dook de moeder plots op in het dorpje waar ook de rest van de familie verbleef. Onze zoon barstte in tranen uit en was bijzonder opgelucht. Sindsdien heeft hij vrede met de situatie, maar wij stellen ons wel nog veel vragen.” Zo voelt M. zich bijzonder wrang bij de gedachte dat haar zoontje eigenlijk nog een netwerk in Ethiopië had dat perfect voor hem had kunnen zorgen. “Soms stel ik mij de vraag: ‘Moest hij wel naar hier gekomen zijn? Hadden we hem bijvoorbeeld niet beter daar financieel kunnen steunen?’”

Snel te vinden

Nagenoeg alle ouders die we spraken, vinden het hoog tijd dat er een grondig onderzoek komt naar de omstandigheden waarin sommige adopties tot stand zijn gekomen. “De Vlaamse overheid zou alle adoptiedossiers uit Ethiopië moeten laten onderzoeken”, vindt Lies Hiers. “Dat zou in eerste instantie heel veel leed veroorzaken omdat alles weer opgerakeld wordt, maar op termijn zou het volgens mij lonen.” Voor Marleen Van Parijs zou het niet meer dan logisch zijn dat er verantwoording wordt afgelegd. “De fouten rechtzetten zal niet meer lukken, maar we kunnen wel nog de mensen die zoveel fouten hebben gemaakt, natrekken. Het is aan de overheid om na te gaan waar alles fout is gelopen.”

De adoptie-ouders geloven niet dat het een onmogelijke klus zou zijn om na al die jaren nog opheldering te brengen in bijna duizend adoptiedossiers. Verscheidene getuigen bevestigen ons dat het relatief eenvoudig is om in Ethiopië biologische ouders terug te vinden. “Wij hebben de ouders van onze adoptiekinderen snel gevonden”, vertelt een adoptiemama uit de buurt van Oostende. “We hebben eerst twee broertjes geadopteerd en enkele jaren later twee zusjes uit een ander gezin. Volgens het dossier waren de ouders van al onze kinderen overleden aan aids. Ze bleken echter alle vier nog in leven te zijn. Het adoptiebureau had helemaal niets gecheckt, maar gewoon aangenomen dat wat in het dossier stond, ook klopte. Het bleek nochtans zeer makkelijk te checken.”

Nooit signalen gekregen

Vraag is nu of het adoptiebureau Ray of Hope en de Vlaamse overheid die de dossiers controleert altijd zorgvuldig hebben gehandeld. De controles blijken allesbehalve sluitend geweest en de contactpersoon ‘Meneer Bruk’ is omstreden. Maandag stelde Ray of Hope nog dat het nooit signalen heeft gekregen dat Meneer Bruk niet correct gehandeld zou hebben. “En we blijven daarbij”, zegt coördinator Erika Van Beek. Onze getuigen spreken dat formeel tegen. We kregen van enkelen zelfs e-mails te zien waarin zeer expliciet gemeld wordt dat Meneer Bruk twijfelachtig te werk ging.

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) zegt de zorgen van adoptieouders alvast ter harte te nemen. “Ik begrijp dat er ongerustheid is. Wie twijfels heeft of alles correct is verlopen, kan contact nemen met de adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie. Zij kunnen indien nodig ook een onderzoek ter plaatse laten uitvoeren.” Vandeurzen is voorstander van een onderzoek naar de mogelijke fraude in bepaalde dossiers. “De laatste jaren worden we vaker met dit soort verhalen geconfronteerd. Die problematiek doet zich niet enkel in Vlaanderen voor, maar speelt ook in andere ontvangende landen. Zwitserland, Nederland en Zweden hebben beslist om onderzoek te voeren naar bepaalde adoptiepraktijken uit het verleden. Zo’n onderzoek is vooralsnog de enige mogelijkheid om meer zicht te krijgen op waar het in het verleden is misgelopen. Ook wij nemen deze zorg ter harte en bekijken op welke manier we meer duidelijkheid kunnen brengen over adoptiepraktijken uit het verleden.”

 

Artikel in Het Laatste Nieuws van 29/04/2019

936 kinderen naar hier gehaald en níemand weet of dat correct verliep

HOEWEL OVERHEID VOLDOENDE SIGNALEN HAD OVER FRAUDE BIJ ADOPTIES UIT ETHIOPIË

Jeroen Bossaert en Lieve Van Bastelaere

Afgelopen weekend getuigde een 17-jarig meisje in deze krant over fraude bij haar adoptie uit Ethiopië. Haar dossier bleek verzonnen van begin tot einde. Navraag leert dat de Vlaamse overheid geen idee heeft of de andere 935 adopties wél correct verliepen. “We kunnen geen 100% garantie geven.” Volgens onze informatie zijn in 2011 bovendien ernstige signalen in de wind geslagen. “De overheid heeft geen enkel excuus voor de fraude die nu opduikt.”

Haar moeder was verdwenen en haar vader overleden. Zo stond het zwart op wit in Thereza’s adoptiedossier. Dat dossier was de reden waarom het Ethiopische meisje in 2009 in aanmerking kwam voor adoptie in Vlaanderen. Thereza was toen zeven jaar en vond een nieuwe thuis in Denderleeuw, maar haar adoptieouders stelden al snel vast dat ze voorgelogen waren. “Mijn biologische moeder was helemaal niet verdwenen en mijn vader leefde nog”, getuigde Thereza afgelopen weekend in deze krant. “Ook mijn geboortedatum bleek verzonnen.”

Ze is vandaag 17 en stelt zich vragen bij de manier waarop haar adoptie is verlopen. “Ik ben gelukkig in Vlaanderen, maar ik ben ook boos als ik zie hoe nonchalant men is omgegaan met mijn dossier en met mijn biologische ouders. We zijn geen producten waarmee je doet wat je wil, hé.”

Rammelt langs alle kanten

Het verhaal van Thereza staat meer dan waarschijnlijk niet alleen. Al was het maar omdat Ethiopië de voorbije 20 jaar het populairste adoptieland is geweest. Twee Vlaamse adoptiebureaus hebben samen 936 kinderen naar hier gehaald. Allemaal met goedkeuring van de Vlaamse overheid. Vandaag kan diezelfde overheid echter niet garanderen dat alle adopties op correcte informatie gebaseerd waren. “Honderd procent zekerheid geven, is zeer moeilijk”, zegt adoptieambtenaar Ariane Van Den Berghe. “In Ethiopië was er geen bevoegde autoriteit die alles controleerde. De Vlaamse adoptiebureaus werkten samen met lokale contactpersonen en tehuizen. Die werden opgevolgd door lokale overheden.”

Volgens onze informatie rammelde dat systeem langs alle kanten. En dat weten de adoptiebureaus en de overheid al jaren. In januari 2011 deed een reportage op de Nederlandse tv heel wat stof opwaaien. Een Ethiopisch meisje getuigde over de fraude die men gepleegd had in haar dossier. De Nederlandse onderzoeksjournalisten spraken ook met de ngo Against Child Trafficking en onthulden dat die in 2009 een steekproef had gehouden bij een Nederlands adoptiebureau. Wat bleek? In 75% van de Ethiopische dossiers van dat bureau was sprake van fraude of ernstige fouten. De reportage beroerde ook in Vlaanderen de gemoederen. Zozeer zelfs dat de Vlaamse overheid besloot om de ngo te contacteren.

Op maandag 10 januari 2011 stuurde Vlaams adoptieambtenaar Dorine Chamon een mailtje naar Roelie Post, de verantwoordelijke bij Against Child Trafficking. Ze schreef: “Dag Roelie, zag de reportage rond Ethiopië. Ben erg geïnteresseerd in de resultaten van jullie onderzoek. Kan je ons die bezorgen en/of ons toelichting bezorgen?” Er kwam snel antwoord en beiden zagen elkaar in Brussel. “Ik vertelde de adoptieambtenaar dat ik haar het onderzoek niet kon geven, omdat het eigendom was van onze oorspronkelijke opdrachtgever”, legt Roelie Post vandaag uit. “Maar ik heb met haar wel een lang gesprek gevoerd over Ethiopië. Ik heb haar zeer expliciet verteld wat er daar aan de hand was en hoe groot het risico was op fraude.”

Duiveluitdrijvingen

Voor zover wij konden checken, gebeurde er in 2011 niks met die informatie. Dorine Chamon bevestigt ons enkel de ontmoeting met Roelie Post. “Verder kan ik geen commentaar geven. Dat is aan de nieuwe adoptieambtenaar.” Chamon werd in 2012 opgevolgd door Ariane Van Den Berghe. Ook zij kon ons niet bevestigen of er in 2011 actie ondernomen is. Alles wijst erop dat de getuigenis van Roelie Post simpelweg genegeerd werd. En onze krant stootte op nóg info die bij onze autoriteiten een alarm had moeten laten afgaan.

In dezelfde periode van de spraakmakende Nederlandse reportage over Ethiopië doken in de Verenigde Staten en Australië verontrustende berichten op over verwaarlozing en kinderhandel via een netwerk van Ethiopische weeshuizen. Het ging onder meer om de tehuizen van de Gelgela-groep. Een groep waarmee toen ook het Vlaamse adoptiebureau Ray of Hope intensief samenwerkte. Zo zat Thereza tussen 2007 en 2009 in een tehuis van de Gelgela-groep vooraleer ze naar Denderleeuw kwam. “Er kwamen daar soms priesters voor duiveluitdrijvingen”, vertelt ze. “Er was ook een zatte bewaker die kinderen soms sloeg en blanke Amerikanen kwamen er kinderen kiezen.”

Uit documenten die de Amerikaanse ambassade in 2012 openbaar maakte, blijkt dat er in maart 2010 al grote vraagtekens geplaatst werden bij de Gelgela-weeshuizen. In een onderzoeksrapport stond dat de algemene omstandigheden waarin de kinderen verbleven, zeer pover waren. Nog belangrijker: de Amerikaanse onderzoekers meldden dat er ernstige tekortkomingen waren met de dossiers van de kinderen. “De informatie erin is vaak misleidend”, staat er. De Amerikaanse overheid had in 2010 aan één bezoek genoeg om vast te stellen dat er iets niet klopte met de Gelgela-weeshuizen. Bij ons in Vlaanderen had niemand iets door. En dat jarenlang. Het zou uiteindelijk de Ethiopische overheid zélf zijn die in 2012 – onder druk van de VS – de Gelgela-tehuizen definitief sloot. Op dat moment had adoptiebureau Ray of Hope al 72 kinderen via die weeshuizen naar Vlaanderen gehaald.

De vraag rijst in hoeverre de dossiers van die 72 kinderen correct zijn. Maar ook bij de dossiers van de andere kinderen die via Ray of Hope gekomen zijn, kunnen vraagtekens gezet worden. In totaal gaat het om 626 Ethiopische kinderen. Zij kwamen allemaal via één en dezelfde contactpersoon: Bruk Beyene Ayano. De Ethiopiër regelde alle adopties van 1997 tot 2017. Minstens in één dossier, dat van Thereza, blijkt nu dat hij ernstige fouten maakte. Maar ook in 2015 doken al dossiers op waarbij adoptieouders vragen hadden. De Vlaamse overheid heeft die toen helemaal doorgelicht en stootte in twee gevallen op tekortkomingen. Bij Ray of Hope maken ze zich echter sterk dat hun contactpersoon te vertrouwen was. “Wij hebben nooit signalen gekregen dat hij (Bruk, red.) niet correct zou werken. Ray of Hope probeert in alle landen nauw samen te werken met de Belgische ambassade. We hebben altijd een heel goed contact gehad met de ambassade in Ethiopië en ook zij waren niet negatief over hem”, zegt coördinator Erika Van Beek. Ze benadrukt dat medewerkers regelmatig naar Ethiopië afreisden om zich te vergewissen van de situatie. “Wij hebben er in Ethiopië bijvoorbeeld altijd voor geijverd dat men een correcte opgave zou doen van de geschatte leeftijd van de kinderen. Er bestaat daar immers geen officiële geboorteregistratie. Onze kandidaat-adoptieouders wisten dat echter altijd op voorhand. Ik zal niet ontkennen dat er signalen waren, maar we hebben nooit keihard bewijs gevonden dat de situatie in Ethiopië compleet fout was.”

Flauwe argumenten

Ook de Vlaamse adoptieambtenaar Ariane Van Den Berghe zegt dat er nooit voldoende formeel bewijs is geweest om adopties uit Ethiopië in die periode al te stoppen. “Het is niet omdat er berichten opduiken in de media, dat je voldoende bewijs hebt. Je moet die beweringen ook hard kunnen maken om juridisch sterk genoeg te staan om een adoptiekanaal te sluiten.” Voor Roelie Post van Against Child Trafficking zijn dat flauwe argumenten. “De overheid heeft geen enkel excuus voor de fraude die nu opduikt. Men wist in 2011 al zeer goed wat de risico’s waren en er was in het buitenland bewijs genoeg dat het systeem in Ethiopië niet goed functioneerde. Men had toen al de adopties uit dat land moeten stopzetten, maar men heeft dat niet gedurfd. Een adoptiekanaal sluiten zorgt voor veel ophef, want je hebt honderden kandidaat-adoptieouders op wachtlijsten die boos worden. Voor politici zijn die mensen belangrijker dan de kinderen in pakweg Ethiopië, dus laten ze liever begaan.”

Die theorie wordt ons ook bevestigd door een medewerker bij de Vlaamse overheid die jarenlang inzicht had in de manier waarop adopties verliepen. “Er is ontzettend veel politieke druk om een adoptiekanaal open te houden”, zegt onze klokkenluider, die liever anoniem blijft uit schrik voor politieke vergelding. “De redenering is: ‘Je sluit pas als je écht 200% zeker bent dat er fraude in het spel is. Anders niet.’ De ambtenaren hebben geen keuze, de politiek beslist. En daar kijkt men vooral naar de wachtlijsten. Het is belangrijker dat die niet te lang zijn. Hoe de adopties in het herkomstland tot stand komen, is minder van belang.”

Politieke druk

Volgens onze bron komt de druk uit nagenoeg alle partijen. “Ze hebben allemaal adoptie-experten die voor de kandidaat-adoptieouders en de adoptiebureaus rijden.” Adoptieambtenaar Ariane Van Den Berghe benadrukt wel dat er sinds enkele jaren veel veranderd is. “Er zijn tal van maatregelen genomen die nog meer garanties bieden op een correct verloop. Momenteel werken we bijvoorbeeld enkel nog samen met landen waar er ook een centrale autoriteit is die alles nagaat.”

Voor de 936 Ethiopische kinderen die tussen 1997 en 2017 naar Vlaanderen zijn gehaald, is dat een magere troost. Een deel van hen zal mogelijk nooit helemaal zeker zijn of er in hun dossier fraude is gepleegd. “Wie vragen heeft, mag ons altijd contacteren”, besluit Van Den Berghe.

 

Artikel in Het Laatste Nieuws van 27/04/2019

Auteurs: Jeroen Bossaert en Lieve Van Bastelaere

Vlaamse tiener getuigt over fraude bij adoptie: “Mijn moeder was verdwenen, mijn vader overleden. Klopt niks van”

In 2009 kwam Thereza (17) vanuit Ethiopië in Vlaanderen terecht. Aan haar adoptie-ouders werd verteld dat de biologische moeder verdwenen was en de vader gestorven. Een leugen, zo blijkt. “Mijn dossier staat vol fouten.” Thereza is verbolgen en doet haar verhaal omdat ze wil dat de zorgen van adoptiekinderen ernstig genomen worden. “Wij zijn geen producten waar je mee doet wat je wil.”

In december 2008 rinkelt de telefoon in Denderleeuw. Peggy Engrie (49) neemt op en slaakt een zucht van opluchting. Aan de andere kant van de lijn bevestigt een medewerkster van adoptiebureau Ray of Hope dat ze eindelijk een kindje krijgen toegewezen. Ze heet Thereza, is zeven jaar en verblijft in een weeshuis in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. “Veel meer kreeg ik op dat moment niet te horen”, herinnert Peggy zich vandaag. “Maar voor ons was het fantastisch nieuws. We keken er al zo lang naar uit.” Omdat de gerechtelijke procedure in Ethiopië vertraging oploopt, zal het uiteindelijk nog zes maanden duren vooraleer Peggy en haar echtgenoot Paul naar Afrika kunnen reizen. In mei 2009 wandelen ze het Ethiopische weeshuis binnen en zien ze Thereza voor het eerst in levende lijve. Paul opent zijn armen, het kleine meisje rent vliegensvlug naar hem toe. Vanaf dan zal Thereza de familienaam De Wannemaeker dragen en een Vlaams meisje worden. Een noodzaak, volgens de Ethiopische autoriteiten, want in haar vaderland is voor Thereza geen toekomst meer. Dat stellen ze in de officiële documenten, goedgekeurd door de Vlaamse overheid en het Vlaamse adoptiebureau. Haar biologische moeder en vader zijn volgens het adoptiedossier respectievelijk verdwenen en gestorven. “Het dossier was verwarrend”, zegt Peggy. “In de officiële documenten stond dat Thereza was afgestaan door haar oom. Haar moeder was verdwenen en de vader was onbekend. Een paar lijnen lager stond dan weer dat de vader overleden was.”

In mei 2009 stelt Peggy zich al vragen bij die informatie. “Ik vroeg aan ‘Meneer Bruk’, de Ethiopische contactpersoon van het Vlaamse adoptiebureau Ray of Hope, hoe het kon dat haar moeder verdwenen was. Hij antwoordde droog: ‘Dit is Ethiopië. Mensen verdwijnen hier.’ Ik vond dat een vreemde reactie.” Op dat moment al beslist Peggy om het geboortedorp van Thereza te markeren op een kaart. “Ik was vastberaden om later terug te keren en haar biologische familie terug te vinden. Ik geloofde niet dat die mensen ‘zomaar’ verdwenen waren.” Het buikgevoel van Peggy zal accurater blijken dan de officiële documenten.

Twee jaar voor de ontmoeting met haar Vlaamse adoptie-ouders staat Thereza in Buge, een dorpje in het zuiden van Ethiopië, klaar om thuis te vertrekken. Ze is vijf jaar en krijgt nog een dikke knuffel van haar moeder. Die fluistert: “Thereza, je gaat naar een plaats hier ver vandaan. Maar wij komen ook, met het vliegtuig. Dan zien we elkaar terug.” Thereza begrijpt het niet goed, maar ze stapt samen met haar oom naar een bus iets verderop. De bus zit vol kinderen. Terwijl de deuren sluiten, zwaait ze naar haar oom. De vijfjarige beseft niet dat ze voorgoed vertrekt. “Een kindje zat te huilen op de bus”, herinnert Thereza zich vandaag. “Ik voelde dus wel dat er iets mis was.” Na een busrit van zeven uur wordt Thereza in Addis Abeba geconfronteerd met de harde realiteit. “Plots zat ik daar. In een supergroot weeshuis tussen allemaal kinderen die ik niet kende en met wie ik amper kon praten omdat ze een andere taal spraken. Eén jongetje dat ik begreep, zei me: ‘Jouw moeder komt niet meer, hoor.’” Het is de start van twee lange jaren.

Thereza is afgezet in een centrum van de Gelgela-groep, een netwerk van Ethiopische weeshuizen. “We kregen er les en dat vond ik leuk”, vertelt ze. “Maar er waren ook veel bange momenten.” Zo ziet Thereza in het weeshuis soms priesters opduiken. “Vreemde mannen die duiveluitdrijvingen deden bij kinderen. Ik herinner mij dat omdat het mij enorm veel schrik aanjoeg. Ze vertelden ons in Gelgela ook dat als we stout waren, ze ons zouden opsluiten in een kelder vol slangen. Ik heb daardoor vandaag nog steeds een slangenfobie. Op een bepaald moment was er ook een bewaker die vaak dronken was en kinderen sloeg.” Thereza zal op twee jaar tijd verschillende keren verplaatst worden naar andere weeshuizen binnen het Gelgela-netwerk. “Ik weet niet waarom ze dat deden. In ieder weeshuis zaten alleszins veel kinderen. Zeker meer dan honderd – misschien zelfs tweehonderd.” Op een dag duikt een Ethiopische man op die Thereza komt ophalen. “Ik kende hem niet. Hij kwam mij op school oppikken en stak me in de auto, samen met nog twee andere kinderen. Ik wist niet wat er gebeurde.” De man is ‘Meneer Bruk’, de contactpersoon van het Vlaamse adoptiebureau Ray of Hope. Hij voert Thereza naar een ‘transithuis’ waar kinderen verblijven vooraleer ze geadopteerd worden. Dat Thereza die trip maakt, betekent dat haar adoptiedossier is goedgekeurd. Het is dan december 2008 en in Denderleeuw heeft een familie het heuglijke nieuws gekregen dat Thereza, een meisje van 7, aan hen is toegewezen. Zelf wist het meisje op dat moment echter niks over haar nieuwe familie. “Ik wist enkel dat er blanke mensen zouden komen.” Omdat de gerechtelijke procedure aansleept, zal Thereza zes maanden lang in het huis van Bruk verblijven. Dat is ongewoon lang en het maakt dat ze vandaag nog goed weet hoe het er in dat transithuis van het Vlaamse adoptiebureau aan toe ging. “We konden daar niet naar school en hadden niks om handen. Bruk en zijn vrouw waren ook nooit lief tegen ons en hun kinderen maakten het beetje speelgoed dat we hadden steevast kapot. We hadden er ook niet veel plaats om ons te wassen. Er was één badkamertje voor twaalf kinderen. Ik heb daar zelfs een schimmelinfectie opgelopen.” In het huis van ‘Meneer Bruk’ is het een komen en gaan van kinderen, maar het zal tot mei 2009 duren vooraleer Thereza plots ook haar naam hoort afroepen. “Ik zag een blanke man staan met zijn armen open. Ik ben er naartoe gehold. Ik was zeer blij.” Even voordien had Bruk haar verteld dat ze haar Ethiopische leven moest vergeten. “Dat werd mij zeer duidelijk gemaakt: ‘Je start nu een nieuw leven, vergeet alles wat hier was.’” In de officiële documenten die Bruk meegeeft met de nieuwe ouders van Thereza, is dat verleden alvast vakkundig gewist. Moeder verdwenen, vader overleden. Klaar. Of toch niet?

Vlamingen die een kind uit het buitenland willen adopteren, hebben maar één officiële houvast als het om de biologische afkomst van hun zoon of dochter gaat: het adoptiedossier. Daarin vinden ze onder meer terug waar en wanneer hun kind geboren is en in welke omstandigheden hij of zij is afgestaan. Die dossiers worden opgemaakt door de lokale overheid en gecontroleerd door Vlaamse adoptiediensten in samenwerking met de Vlaamse overheid. Waterdicht, zou u denken. Niks is minder waar. Overal in de wereld duiken verhalen op over adoptiekinderen die achteraf moeten vaststellen dat hun dossiers vol fouten staan. Geboortedata die verzonnen blijken, namen van ouders die niet kloppen of familie die doodverklaard wordt terwijl ze springlevend is. Het zadelt de adoptie-ouders en kinderen met allerlei vragen op. ‘Waarom heeft men gelogen? Is alles correct verlopen? Wisten de biologische ouders wel wat ze deden?’ In onder meer Australië, de Verenigde Staten, Nederland en Denemarken getuigden Ethiopische adoptiekinderen de voorbije jaren al over allerlei vormen van fraude en nalatigheid bij de opmaak van hun adoptie-dossier.

In Vlaanderen deelde tot nog toe niemand zijn verhaal publiek. Thereza en Peggy doorbreken die stilte nu, omdat ze mensen willen wakkerschudden. “Er wordt in Vlaanderen altijd veel aandacht besteed aan de adoptie-ouders en het lange proces dat zij moeten doormaken, maar er wordt nooit gesproken over de weg die de adoptiekinderen zelf moeten afleggen”, vindt Peggy. “Als er dan fouten opduiken in een dossier, dan wordt die weg extra lang en hard.” Thereza is nu 17 jaar en voelt zich boos om wat er gebeurd is. “Ik ben gelukkig in Vlaanderen en voel me goed bij mijn nieuwe familie, maar ik ben even goed kwaad over de manier waarop men met mijn biologische familie is omgegaan en hoe mijn dossier is opgesteld.” Peggy en Thereza zijn zelf vrij snel op zoek gegaan naar de familie in Ethiopië. “We geloofden de officiële documenten niet”, zegt Peggy. “Thereza had nog goede herinneringen aan haar tijd in Buge. Ik geloofde niet dat haar moeder echt weg was.”

In korte tijd slaagt Peggy erin de ‘verdwenen’ moeder te lokaliseren. “We vonden iemand met een goed netwerk in Ethiopië en die heeft voor ons de moeder in Buge opgespoord. Dat heeft ons welgeteld 50 euro gekost.” Noch bij de Vlaamse adoptiedienst Ray of Hope noch bij de Vlaamse overheid was men erin geslaagd om die fraude op te sporen, maar Peggy speelde het op eigen houtje klaar. Voor vijftig euro. “Ik heb mij daarover verbaasd”, zucht Peggy. “Maar het is nooit in mij opgekomen om een klacht in te dienen. Ik was al lang blij dat we de moeder gevonden hadden en dat ik Thereza opnieuw met haar in contact kon brengen. Dat was voor mij het allerbelangrijkste.” In 2012 reisden ze voor het eerst naar Buge om Thereza’s moeder te ontmoeten. Pas toen kreeg Thereza het echte verhaal te horen. “Mijn moeder was alleenstaand en moest naar de stad trekken om te werken, daardoor moest ze mij vaak achterlaten bij mijn oom. Op een bepaald moment heeft ze beslist dat het beter was om mij af te staan. Ik begrijp waarom ze dat gedaan heeft. We waren gewoon zeer arm. Maar ik vraag me nog steeds af of het écht nodig was om mij helemaal naar Vlaanderen te transporteren.”

Het is wellicht de reden waarom men in Ethiopië de moeder als ‘verdwenen’ heeft geregistreerd. Als de biologische ouders niet meer in beeld zijn, vereenvoudigt dat een buitenlandse adoptie aanzienlijk. Thereza merkte in 2012 ook al snel dat haar familie mogelijk niet helemaal besefte wat ze deden toen ze haar op de bus naar Addis Abeba zetten. “We hebben in Buge met veel mensen gesproken”, zegt Thereza. “En wat blijkt? Iedereen gelooft dat geadopteerde kinderen ooit terugkeren. Ze gaan ervan uit dat ‘blanke mensen’ hun kinderen een aantal jaren zullen opvoeden en eten geven. Maar nadien verwachten ze dat die kinderen terugkeren om het dorp en de familie te helpen. Ze beseffen niet dat adoptie definitief is. Dat vind ik zeer erg.”

De voorbije jaren zijn Thereza en Peggy al meerdere keren teruggekeerd naar Ethiopië. “Hoe meer ze ons vertrouwden, hoe meer we te weten kwamen”, zucht Peggy. Zo blijkt op een bepaald moment ook dat de vader helemaal niet overleden is. “Het was een zoveelste bewijs dat het dossier van geen kanten klopte.” Ze ontdekken ook dat Thereza liefst drie verschillende geboortedata heeft. In het Gelgela-weeshuis noteerde men 23 oktober 2001, maar in het adoptiedossier dat door Vlaanderen werd goedgekeurd staat plots dat ze is geboren op 20 februari 2002. Ze is daarmee in één klap vier maanden jonger. Ook dat kan gebeurd zijn om de adoptie te versnellen. Jonge kinderen maken nu eenmaal meer kans op adoptie. “Maar kijk eens naar die cijfers”, glimlacht Thereza. “20/02/2002. Mooi verzonnen, hé?” In 2012 komt Thereza van haar moeder te weten dat ze in werkelijkheid geboren is op 23 december 2001. Die fraude met haar geboortedatum zit Thereza vandaag nog altijd hoog. “Dat heeft mij echt gekraakt.” Het draagt bij aan haar boosheid over de manier waarop onze autoriteiten en de Vlaamse adoptiebureaus omgaan met adoptiekinderen. “Die nonchalance met het dossier is een bewijs van het feit dat men zich weinig aantrekt van het adoptiekind. De mentaliteit is er één van: ‘Wij geven u een beter leven, dus ge moogt dankbaar zijn.’ En voor de rest moeten we zwijgen. Terwijl het voor ons echt niet evident is. Je komt hier aan in Vlaanderen en bent moederziel alleen. Je ziet geen andere Ethiopiërs, je weet niet waar je bent en er is niemand die je begeleidt. Het is moeilijk om je identiteit te zoeken op een plaats waar je jezelf niet herkent. Ik heb van het adoptiebureau en van de autoriteiten geen enkele inspanning gezien om adoptiekinderen te herenigen met hun biologische ouders of met andere adoptiekinderen. Wij worden niet samengebracht zodat wij onze eigen taal kunnen spreken, bijvoorbeeld. Gevolg? Vandaag ben ik mijn moedertaal kwijt. Dat doet veel pijn. Als ze om ons hadden gegeven, hadden ze ons veel meer geholpen of begeleid.”

 Peggy en Thereza zijn niet op zoek naar juridische vergelding. Ze hebben de voorbije jaren ook nooit officieel een klacht ingediend. “In 2012 heb ik het adoptiebureau wel gemeld dat we de moeder hadden bezocht”, vertelt Peggy. “Ik dacht dat er toen misschien een lampje zou gaan branden bij hen. Maar het bleef stil.” In februari van dit jaar trok Peggy uiteindelijk toch aan de alarmbel. “Eind 2018 waren we nog eens teruggekeerd naar Buge en toen waren nog zeker tien mensen met foto’s van hun kinderen bij ons gekomen. We willen die mensen nu helpen om die kinderen terug te vinden. We vermoeden dat de meesten in de VS zijn geadopteerd, maar zeker weten we dat niet.” Die aan andere verhalen hebben Peggy ertoe bewogen om contact te nemen met adoptiebureau Ray of Hope en de Vlaamse adoptieambtenaar. “Ik wil dat ze beseffen dat ze fouten hebben gemaakt en dat hun werk niet ‘af’ is na de adoptie. Ze hebben een verantwoordelijkheid over die honderden kinderen die hier nu in Vlaanderen rondlopen.” Voor Peggy zijn de fouten die gemaakt zijn zeer moeilijk te slikken. “Ik voel mij belogen. Uiteindelijk betaal je veel geld aan een adoptiebureau om er zeker van te zijn dat de procedures correct verlopen en dat je niet aan kinderhandel doet. Als je dan achteraf vaststelt dat er zoveel fouten zijn gemaakt, dan ben je teleurgesteld.”

Voor Thereza is het belangrijk dat er meer aandacht komt voor de biologische ouders. “Ik ben blij dat ik geadopteerd ben, maar ik ben niet blij met de manier waarop dat verlopen is en hoe we achteraf aan ons lot zijn overgelaten. Wij zijn geen producten waar je mee doet wat je wil, hé. Wij zijn mensen. Veel adoptiekinderen zijn nu volwassen aan het worden en stellen zich vragen. Het wordt tijd dat er naar ons geluisterd wordt.”

***

VLAAMSE ADOPTIEAMBTENAAR EN ADOPTIEBUREAU REAGEREN

“Daarom zijn we gestopt met adopties uit Ethiopië”

Zowel bij het adoptiebureau Ray of Hope als op het kabinet van de Vlaamse adoptieambtenaar betreuren ze de fouten die in het dossier van Thereza zijn geslopen.

“Ik begrijp dat zoiets zeer erg is”, zegt Erika Van Beek, coördinator bij Ray of Hope. “Maar ik benadruk dat we onze dossiers altijd naar beste vermogen onderzoeken. Wij proberen kinderen op een veilige en correcte manier naar Vlaanderen te brengen.” Bij Ray of Hope hebben ze geen verklaring voor de fouten die in 2009 gemaakt zijn. “Het is moeilijk om dat na al die tijd nog na te gaan. Vaak heeft het echter te maken met de specifieke omstandigheden in een land. In Ethiopië is er bijvoorbeeld geen verplichte aangifte bij een geboorte. Als kinderen jaren later opgegeven worden ter adoptie, dan is het niet evident om de exacte geboortedatum te weten te komen. Hetzelfde met het verhaal van de biologische ouders, ook dat is in bepaalde landen heel moeilijk te checken. Maar de controles gebeuren wel degelijk. Zowel door ons als door de lokale overheden.” Ray of Hope zegt ook dat het vertrouwen blijft hebben in de Ethiopische contactpersoon met wie er 20 jaar lang is samengewerkt om de dossiers in orde te stellen. “We hebben in al die tijd geen enkele formele klacht ontvangen over fouten in Ethiopische dossiers.”

De Vlaamse adoptieambtenaar Ariane Van Den Berghe zegt dat er sinds 2009 veel veranderd is. “We hebben een heleboel extra controlemechanismen ingevoerd die ervoor moeten zorgen dat adoptiedossiers correcte informatie bevatten. Toen we in 2015 een aantal klachten kregen over Ethiopische adopties die nog moesten goedgekeurd worden, hebben we de procedures zelfs tijdelijk opgeschort en hebben we alle lopende dossiers individueel onderzocht. In twee van de dossiers hebben we zaken gevonden die niet klopten, maar alle andere dossiers zijn na het onderzoek afgewerkt. In 2017 hebben we dan wel beslist om adopties uit Ethiopië helemaal stop te zetten. Omdat we geen zekerheid konden bieden dat er niks mis zou lopen.”

Van Den Berghe betreurt de situatie van Thereza. “Het is jammer dat we dit niet meer kunnen rechtzetten. We hebben echter al veel maatregelen genomen om te vermijden dat zoiets in de toekomst nog kan gebeuren.” 

Symposium: Internationale adoptie op 26 en 27/4

Op 26 en 27 april organiseert Steunpunt Adoptie in samenwerking met vier Vlaamse universiteiten (UGent, UAntwerpen, VUB en KULeuven) een symposium in Brussel. Verschillende nationale en internationale onderzoekers uit de sociale en humane wetenschappen buigen zich over belangrijke vraagstukken in verband met internationale adoptie. 

De eerste dag van de tweedaagse (in het Engels) staat de toekomst van interlandelijke adoptie centraal. Is de huidige daling van het aantal interlandelijke adopties een crisis of een positieve evolutie? De tweede dag (in het Nederlands) zoemt het symposium in op de ervaringen en uitdagingen van interlandelijk geadopteerden.

Thereza zal er op de tweede dag spreken. 

Het volledige programma vind je op https://www.symposiumadoptie.be